31. Wil je God gehoorzamen? Ben je al tot Jezus in het licht gekomen?

Copyright: Jan A. Baaijens, pastorale hulpverlening.

Horen en gehoorzamen

In de taal van de Bijbel is ‘horen’ hetzelfde als gehoorzamen. Het Hebreeuwse woord sjema (hoor!) uit Deut.6:4 betekent ook ‘gehoor geven aan’. Als je het Evangelie hoort, moet je daarom ook in geloofsgehoorzaamheid tot Jezus komen!

Horen en doen

Jezus vertelt ons in Matth. 7:24-27 de gelijkenis van de wijze en dwaze bouwer. Aan het einde van de Bergrede geeft Hij daarbij aan in de verzen 24-25: ‘Daarom, ieder die deze woorden van Mij hoort en ze doet, die zal Ik vergelijken met een verstandig man, die zijn huis op de rots gebouwd heeft; en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, maar het stortte niet in, want het was op de rots gefundeerd.’ De Studiebijbel verklaart bij vers 24: ‘De twee, horen en doen, behoren onscheidbaar bij elkaar (vergelijk Jakobus. 1:21-27) en kunnen in één term worden samengevat: gehoorzaamheid des geloofs (zie Rom. 1:5 en 16:26).’ Van het commentaar leer ik verder:

Leven is bouwen.

Wie bouwt op Jezus

heeft een onwrikbaar fundament gevonden.

In Jakobus 1:22 worden we opgeroepen: ‘En wees daders van het Woord en niet alleen hoorders. Anders bedriegt u uzelf.’

Jezus leert ons verder in de gelijkenis, in Matth. 7:26-27: ‘En ieder die deze woorden van Mij hoort en ze niet doet, zal met een dwaze man vergeleken worden, die zijn huis op zand gebouwd heeft; en de slagregen viel neer en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het stortte in en zijn val was groot.’ De  Studiebijbel geeft kernachtig aan bij vers 26: ‘Iemand, die Jezus’ worden wel hoort, maar niet doet, bouwt niet op Hem. Hij bouwt zijn leven op iets buiten Jezus, en dat is altijd zandgrond.’

Als je jouw leven bouwt op iets buiten Jezus,

bouw je altijd op zandgrond.

Hieronder volgt het lied ‘Bouw je huis niet op het zand’, met een animatiefilmpje (op YouTube). Het is een aangrijpend kinderlied, wat ook volwassenen aanspreekt. Tekst & Muziek: Koen Hartman.  Klik hier op de link:

YouTube-video Bouw je huis niet op zand

Hieronder volgt de tekst:

Bouw je huis niet op zand.
Hé, gebruik toch je verstand!
Want een storm of orkaan
zal je huis niet laten  staan.

Jezus zegt: luister goed
en volg Mij in wat je doet.

Refrein:
Heooo, hou je vast, het waait sterk dus opgepast.
Doe wat Jezus zegt: dan kom je goed terecht.
Heooo, hou je vast, het waait sterk dus opgepast.
Doe wat Jezus zegt: dan kom je goed terecht.

Bouw je huis, aan het werk!
Een fundering maakt het sterk.
Met beton in de grond
vliegt je huis niet in het rond.

Als een Rots is de Heer.
Leef voor Hem, meer en meer.

(Refrein 2x)

Hieronder kun je aanklikken op de PowerPoint: 

Bouw op de Rots der eeuwen

Bouw op Jezus alleen!

In Opwekking 575 wordt verwoord wat het is om ‘op Jezus alleen’ te bouwen. Het is hoog gegrepen, maar door de genade van God gelukkig niet te hoog voor een oprechte gelovige. Het is werkelijk genade als de volgende zinnen kunt nazingen:

YouTube-video Jezus Alleen

Jezus alleen, ik bouw op Hem,

Hij is mijn hoop, mijn lied, mijn kracht.

Door stormen heen hoor ik zijn stem,

dwars door het duister van de nacht.

 

Zijn woord van liefde dat mij sust

verdrijft mijn angst; nu vind ik rust!

Mijn vaste grond, mijn fundament;

dankzij zijn liefde leef ik nu.

 

Jezus alleen werd mens als wij;

klein als een kind, in kwetsbaarheid.

Oneindig veel hield Hij van mij,

leed om mijn ongerechtigheid.

 

door zijn offer werd ik vrij,

Hij droeg mijn straf,

Hij stierf voor mij, ontnam de dood zijn heerschappij;

dankzij zijn sterven leef ik nu.

 

Daar in het graf, in dood gehuld,

leek al zijn macht tenietgedaan.

Maar, o die dag, dat werd vervuld:

Jezus, de Heer is opgestaan!

 

Sinds Hij verrees in heerlijkheid

ben ik van vloek en schuld bevrijd.

Ik leef in Hem en Hij in mij;

dankzij zijn bloed ben ik nu vrij.

 

Geen levensangst, geen stervensnood;

dat is de kracht, waar ik in sta.

Van eerste stap tot aan de dood

leidt Hij de weg waarop ik ga.

 

Geen duivels plan of aards bestaan

kan mij ooit roven uit zijn hand.

Als Hij verschijnt, roept Hij mijn naam;

in die verwachting houd ik stand.

In Hem alleen, in Hem alleen!

Tekst ‘In Christ alone’: Stuart Townend. Muziek: Kieth Getty.

Ned. tekst: Peter van Essen

Zeggen en doen

God houdt ons ook verantwoordelijk voor wat wij zeggen te zullen doen. Wat wij zeggen moeten wij dus ook doen!

Wat je zegt,

moet je ook doen.

Het Hebreeuwse woord ‘dabar’ betekent zowel ‘woord’ als ‘daad’. Jouw woord moet daarom ook jouw daad zijn. Als iemand iets openlijk verkondigde tegenover de Joden, konden ze reageren: ‘Laat je dabar zien!’ Dat betekent: ‘Bewijs het met je daden.’

Velen kunnen hun uitgesproken woorden en toezeggingen niet waarmaken. Jezus heeft Zijn woorden bewezen door Zijn daden. Hij zegt van Zichzelf in Joh. 10:11: ‘Ik ben de goede Herder; de goede herder geeft zijn leven voor de schapen.’ Dat heeft Hij dus ook bewezen en waargemaakt aan het kruis.

Jezus verkondigt in Joh. 14:6: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.’ Dat heeft Hij bewezen en dat bewijst Hij nog steeds. Hij is betrouwbaar, op Hem kun je aan, en met Hem kun je gelovig vertrouwen. Hem moet je ook gelovig gehoorzamen. Geloof in de betrouwbare en vaststaande feiten van de Bijbel. Gehoorzaam daarbij aan de opdrachten die ons brengen tot de vervulling van de betrouwbare beloften van God.

Ken je de liefde van Jezus?

Heb je de liefde van Jezus al ontdekt en ervaren? De liefde van Jezus voor mij is de drijfveer voor een leven van dankbaarheid en het volgen van Hem. Het wordt mooi verwoord in het lied van Sela. Het is indrukwekkend en opwekkend! Je kunt het hieronder beluisteren via YouTube

 YouTube-video Sela | Jezus liefde voor mij

(CD/DVD Live in Groningen)

Laat de tekst van Hans Maat op je inwerken. Kun je het overnemen en proclameren? Wees er biddend mee bezig:

JEZUS LIEFDE VOOR MIJ

Dank U mijn Vader voor al uw genade, die U liefdevol geeft.
Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd,

door Hem die in mij leeft.

U heeft mij in liefde aanvaard, 
die mijn hart veranderd heeft. 
U heeft mij rechtvaardig verklaard, 
wat mij rust en vrede geeft.

Al wat ik ben, 
dank ik aan Hem: 
aan Jezus’ liefde voor mij. 
Zolang ik besta, 
volg ik Hem na; 
krijgt Hij gestalte in mij.

Laat mij verder groeien,

laat vruchten opbloeien van uw Heilige Geest. 
Maak mij overvloedig, standvastig en moedig,

geef mij wat nog ontbreekt.

Heer, werk met genade in mij:
dat mijn hart U niet bedroeft.
Heer, maak mij gehoorzaam en vrij:
uw genade is mij genoeg.

Niets houdt mij tegen mij over te geven, aan U: Jezus alleen. 
U leidt mij door diepten;

met krachtige liefde draagt U,

mij erdoorheen.

U heeft mij de liefde verklaard,
die mijn hart veroverd heeft.
U bent mijn bewondering waard: 
U bent alles waar ik voor leef!

God is dichtbij ons…

Paulus verkondigde het Evangelie op de Areopagus in Athene. Hij stond daar tussen de Griekse wijsgeren. Zij vereerden veel afgoden, en zochten hun heil nog buiten hun Schepper. Jezus was hun onbekend. Voor de zekerheid hadden ze ook nog een standbeeld met het opschrift: ‘AAN EEN ONBEKENDE GOD’. Paulus zei ervan: ‘Deze dan, Die u dient zonder dat u Hem kent, verkondig ik u’ (Hand. 17:23). Paulus gaf aan de onwetende wijsgeren door: ‘God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren’ (Hand. 17:30).

Wat zoek je in de duisternis?

Wat zoek je in de duisternis?

Bekeer je van deze doodlopende weg… keer om!

We worden opgeroepen tot ‘geloof en bekering’. Je moet je dus tot God keren, Hem gehoorzamen en Jezus als Redder en Heer in je leven aanvaarden. Je geeft dan gehoor aan de wil en de opdrachten van God. Dat is geloofsgehoorzaamheid.

Is God voor jou nog onbekend? Ben je op zoek naar Hem? Weet je niet wat je moet doen? Kun je Hem steeds maar niet vinden?

Denk toch niet dat God te ver van je is verwijderd

In Hand.1­7:27 lezen we over de nabijheid God naar de mensen toe: ‘Opdat zij de Heere zoude zoeken, of zij Hem misschien al tastend zouden mogen vinden, hoewel Hij niet ver is van ieder van ons.’ Als God als Schepper al zo dicht bij ons is, dan komt Hij zeker dicht bij je in Zijn Evange­lie, door Zijn Zoon. Jezus is tot ons gekomen als Immanuel, dat is: ‘God met ons’ (Matth.1:23). In Jezus is God als Redder heel dicht bij ons gekomen!

Hieronder kun je aanklikken op het eerste deel van de PowerPoint over dit onderwerp:

PowerPoint Kom uit de duisternis tot het  licht der wereld – deel 1

Hieronder volgt het tweede deel, waarop je kunt aanklikken:

Kom uit de duisternis tot het Licht der wereld PowerPoint – deel 2

Volg de instructies van God op

Als je verlost wilt worden, ga dan al tastend en zoekend tot de Hee­re. Volg Zijn instructies in de Bijbel op. Zelf weet je de weg niet. Het kan allemaal duister om je heen lijken – probeer dan niet je eigen weg te gaan of te vinden, maar luister goed naar de boodschap van Gods Woord. Hij roept je uit de duisternis naar Zijn Licht. Hij steekt als het ware Zijn reddende hand naar je uit, terwijl je daar in je ellendige duisternis ronddwaalt. Merk Zijn liefde tot jou toch op!

Als je wordt uitgenodigd om iets te tasten, is het bedoel­de voorwerp vlak in de buurt of zelfs binnen handbereik. Je kunt het door aanraking voelen. Als je in het duister tast, verkeer je in onzekerheid, maar het Evangelie is geen duistere zaak… Gods waarheid brengt ons licht en zeker­heid.

Verlaat de duisternis en volg het pad naar het licht.

Verlaat de duisternis en volg het pad naar het licht

Wij zijn van nature duisternis en moeten daarom tot het Licht komen. De Heere roept je in Zijn Evangelie om tot Hem te komen. Kom uit je duisternis! God roept iemand terwijl hij nog in de duisternis verkeert. Hij roept uit de duisternis tot Zijn wonder­baar licht (zie 1 Petr.2:9). Jezus nodigt in Joh. 8:12: ‘Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.’

'Sta op, word verlicht, want uw licht komt' ( Jesaja 60:1 ).

‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt’ ( Jesaja 60:1 )

 Onze ervaringsdeskundige Cassie weet als ex-alcoholist wat het is om vanuit de duisternis van de verslaving te komen in het licht van het bevrijdende Evangelie van Jezus Christus. God roept uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht (zie 1 Petr. 2:9). OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kom ook uit je donkere tunnel!

In welke tunnel ben je nog verdwaald? Is het een tunnel van ongeloof en twijfel? Wat denk je van de tunnels van angst, boosheid, afgunst en verbittering? Kun je niet vergeven? Ben je vastgelopen in de tunnel van aangedaan onrecht? Welke tunnelvisie heb je ontwikkeld. Een duistere tunnel kan zijn als een neergaande spiraal, waarin je vastloopt in negatieve gevoelens van afwijzing en bitterheid. Geloof je nog steeds in de verstikkende leugens: de harde woorden die over je zijn uitgesproken, en die je hebt overgenomen?

Keer je om in deze kille tunnel van duistere gedachten en aanhoudende klachten! Zoek God al tastend naar de waarheid. Laat Zijn licht en liefde over je schijnen. Waar Hij is zal de nacht verdwijnen. Als je Hem van harte zoekt, is Hij immers niet ver van je vandaan ( Hand. 17:27).

Denk eens aan een jongen die angstig in een donkere ruimte ronddwaalt, probeert tastend een uitweg te vinden. Ineens hoort hij een stem, die hem toeroept: ‘Hé, kom hierheen, deze kant uit!’ De dwalende jongen loopt voorzichtig de kant uit vanwaar het stemgeluid kwam, terwijl hij met zijn handen al bewegend voor zich uit tast en zoekt. Houd dit beeld maar voor je.

Hoor je Zijn roepstem al in het Evangelie?

Vanuit Jesaja 55:6-7: worden we genodigd: ‘Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dat zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.’

Ontvang het Licht der wereld in je hart

Jezus verklaart ons in Joh. 12:46: ‘Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft.’Van Jezus wordt gezegd in Johannes 1:1: ‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.’ Jezus was nadrukkelijk bij de schepping betrokken, en Hij dat is Hij ook bij de herschepping: als iemand wordt wedergeboren en tot geloof komt. Hij is het levende Woord van God, het levenwekkende Woord.

In Joh. 1:4-5 lezen we: ‘In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.’

In Joh. 1:5 lezen we dus dat de duisternis het Licht niet heeft ‘begrepen’. De Griekse woorden ‘ou kat-elaben’ moeten in verband worden gebracht met ‘heeft Hem niet gekend’ (vs. 10b), ‘hebben Hem niet aangenomen’ (vs. 11b), en moeten we vertalen met ‘heeft het niet opgenomen’, heeft het niet gegrepen’. Met welke werkelijkheid (realiteit) hebben we daarom te maken als het Evangelie tot ons en andere mensen komt?

We lezen in Joh. 1:11 dat Jezus gekomen is tot het Zijne, maar de Zijnen (de meeste Joden van toen) hebben Hem niet aangenomen. Dat zien we ook in onze tijd, als men het Evangelie niet wil ontvangen.

We dienen de genade van God te ontvangen in ons hart

en het Licht der wereld te erkennen en te aanvaarden

Daartoe worden we in Gods Woord duidelijk opgeroepen. Vanuit de Griekse grondtekst betekent ‘aannemen’ in de verzen 11 en 12 ‘Hem als gast ontvangen en opnemen, om tot een blijvende gemeenschap te komen’. Hoe is dit mogelijk?

In Joh. 1:12 wordt ons duidelijk geleerd: ‘Maar allen die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.’ Dan ben je dus ‘uit God geboren’ (vers 13).

In de verzen 12 en 13 wordt dus verder uitgelegd hoe het aannemen van Hem en ‘het uit God geboren zijn’ zich met elkaar verhouden. Het ‘kind-van-God-zijn’ berust op een nieuwe geboorte (vers 13). Een geboren worden uit de Geest is wat God in het hart bewerkt. Zonder wedergeboorte is er geen geloof. (‘Aannemen’ staat gelijk aan ‘in Zijn Naam geloven’.)

Je wordt dan innerlijk vernieuwd

Paulus schrijft in 1 Kor. 15:45: ‘De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest.’De mens werd in Adam tot een levende ziel (psuche). De laatste Adam (dat is: Jezus Christus) werd tot een levendmakende Geest (pneuma). De natuurlijke mens is een ‘soma psuchikon’ of een psuchikos anthropos: een ‘zielse mens’ (een lichaam bepaald door de ziel). Je wordt dan door de ziel overheerst. De ziel is hierbij de zetel van gevoelens, impulsen en wil.

Als je bent wedergeboren en tot geloof bent gekomen, ben je ook een geestelijke mens (een ‘pneumatikos’). Je hebt dan de Geest van God ontvangen in je hart, en word je door de Heilige Geest onderwezen. Je mag dan leven vanuit het ‘opstandingsleven’ van Jezus Christus. Door Jezus kun je dan geestelijke dingen onderscheiden en de wil van God. Paulus geeft aan in 1 Kor. 2:16: ‘Maar wij hebben de gedachten van Christus.’ Het gaat daarbij om het gemoed, innerlijk, verstand, de zin en gezindheid van Christus  (the mind of Christ). Zie hierbij 1 Kor.2:14-16.

Als Jezus in je leven komt

word je innerlijk duisternis verlicht 

door het Licht der wereld

We zien het uitgebeeld en verwoord in de volgende PowerPoints. Je ziet daarbij wat het Licht der Wereld uitwerkt in de duisternis van de mensen. Je innerlijke duisternis kan worden verlicht door het Licht der wereld.

Hieronder kun je aanklikken op de eerste PowerPoint over dit onderwerp:

Kom tot het Licht

Door de onweerstaanbare genade van God dringen Zijn licht en liefde binnen in het hart van de gelovige. Door het geloof wordt het aanvaardt en aangenomen.

Geloven is:

het ontvangen van de liefde en het licht van God in je hart

Er is echter een groot probleem in het hart en het leven van de natuurlijke en ongelovige mensen. Het wordt verwoordt in Joh. 3:19-20: ‘En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskert worden.’

Hieronder kun je aanklikken op de tweede PowerPoint over dit onderwerp, waarin je ziet de gevolgen van het leven in de duisternis, en het licht van God, die de duisternis overwint:

De liefde van God overwint onze duisternis

Als je gelovig tot God komt, kom je in de lichtglans van Zijn liefde en genade terecht. We lezen dat inderdaad ook in de volledige tekst van Jesaja 60:1: ‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op.’ Je gaat dan schitteren in zijn licht, zoals hieronder wordt verwoord en afgebeeld:

sta-op-word-verlicht-en-schitter

 

Een kind dat zijn moeder niet kon herkennen

Ik las van de gelovige moeder Deyon, die een zwakzinnig kind had. In het begin was dit nog niet duidelijk. De moeder merkte dat het kind steeds maar niet op haar liefde reageerde. Het zendingsechtpaar Don en Deyon Stephens verkeerde in Zwit­serland en hun kind werd daar voor onderzoek in een ziekenhuis opgenomen. Tijdens dit onderzoek kwam de moeder regelmatig bij haar zoontje John Paul op bezoek, maar het kind toonde geen spoor van herken­ning. Dit was hard voor het moederhart.

Moeder Deyon vertelde later aan iemand dan ze op een dag in tranen naar de Heere ging, omdat ze teleurgesteld was dat ze maar heel weinig contact kon krijgen met haar zoontje. Ze sprak tot Hem in haar gebed: ‘Heere, hij herkent me niet eens. Als ik hem niet voed, liefde geef en aankleed, gaat hij dood. Maar hij geeft er niet eens blijk van dat hij mij kent of weet dat ik er ben.’

De christin die haar aanhoor­de, verhaalt ons verder: ‘Ze vroeg aan de Heere of het niet mogelijk was dat John Paul zelfs maar een klein beetje kon reage­ren op de enorme liefde die ze voor hem gevoelde. Een minieme herken­ning. Het draaien van zijn hoofdje. Een glimlach misschien.’

Deyon vervolg­de: ‘Maar op dat moment gebeurde er iets anders: ik kreeg een openbaring van het verlangen van God naar een relatie met zijn kinderen. John Paul kon niet reageren. Mensen willen vaak niet reageren op Gods liefde.’

Zie je nu hoe erg het is als je niet reageert op de liefde en zorg van de Heere. Hoe pijnlijk moet het wel niet zijn voor de Hem dat mensen niet willen reageren op Zijn liefde­volle uitnodigingen.

Reageren en komen

De ongelovige Joden bestreden de Heere Jezus steeds weer met vijandige woorden. Toch zocht Christus ook hen te overtuigen van de waarheid. Hij deed dit ook opdat zij behouden zouden worden (Joh.5:34). Hij zocht zelfs het behoud van de vijandige farizeeën en Schriftgeleerden!

Daarom mag je er zeker van uit gaan dat Hij jouw behoud zoekt als Hij in het Evangelie tot je komt. De Joden bleven echter volharden in hun ongeloof en hun vijandschap nam meer en meer toe. Christus vroeg deze Joden (in Joh.8:43): ‘Waarom begrijpt u niet wat ik zeg?’

Zij konden Zijn woorden niet horen, begrijpen en aanvaarden vanwege hun hardnekkig ongeloof. Zij waren vijandig en wilden de liefdevolle woorden van Jezus per se niet accepteren.

Wat doe jij met het welmenende, vrije aanbod van Gods liefde en genade? De gehandicapte jongen John Paul kon niet reageren op de liefde van zijn moeder… maar wil jij dan niet reageren op de liefde van God? Begrijp je niet wat Jezus tot je zegt in Zijn Evangelie? Weet je hoe je gelovig tot Hem moet komen?

De eigenwijze landbouwer

Ik zal een verhaal als leervoorbeeld inlassen.

In een dal staat op een hoger gedeelte de boerderij van een landbouwer. Deze is veilig omringt met oude beuken. Het lijkt wel een trotse vestingplaats.

Hij kijkt uit over het uitgestrekte grondgebied dat hij bezit. Het is familiebezit, wat door verschillende generaties steeds meer is uitgebreid. Door het dal loopt een riviertje. Voor het opwekken van elektriciteit besluit de regering echter om hierin een grote stuwdam aan te leggen aan het einde van het dal. Het dal zal dan onder water komen te staan. Het dal is uitgekozen vanwege de goede ligging en omdat er maar één boer moet worden onteigend. Verder wonen er geen mensen.

Er wordt en procedure opgestart om de landbouwer te onteigenen. De boer heeft wel geruchten gehoord over een te bouwen stuwdam, maar hij heeft voor zichzelf al besloten dat hij z’n eigendommen niet zal verla­ten of opgeven. Hij weigert om mee te werken of om ook maar te reageren op enig verzoek.

De regering stuurt hem bemiddelaars en brieven, maar hij wil niets daarover horen en niemand daarover spreken. Sommigen brieven opent hij niet en andere legt hij hoogmoedig naast zich neer. Hem wordt op den duur zelfs een verdubbeling van land op een andere plaats aangeboden.

Hij wil er echter niets van weten en reageert verder niet op brieven met belof­ten, beloningen en bedreigingen. Hij blijft vastberaden op zijn standpunt staan. Zo blijft hij in blinde dwaasheid en diepgewortelde tegenstand volharden.

Twee jaar later loopt het dal onder water en verliest hij zijn boerderij en landerijen. Vanwege zijn hardnekkige tegen­stand ontvangt hij er niets voor terug. Uiteindelijk heeft hij het dus toch moeten verliezen.

Zo zullen hardnekkige zondaren en weigeraars het uiteindelijk toch van een almachtig God moeten verliezen. Vroeger of later zullen ze door eigen schuld voor eeuwig moeten ondergaan. Wat heeft het voor zin om te blijven volharden in ongeloof en tegen­stand?

Wil je in geloofsgehoorzaamheid God dienen?

of blijf je liever een ongelovige dienstweigeraar?

Omdat God in Zijn Woord met een genadig aanbod komt, worden wij voor een keuze gesteld. Jezus wordt ons als Redder aangeboden! Als je er niet op in gaat, weiger je dit aanbod te aanvaarden. Dat heeft catastrofale gevolgen! In Joh. 3:36 wordt duidelijk gesteld: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.’

In Job 22:21-23 leert Elifaz: ‘Gewen je toch aan Hem en heb vrede; daardoor zal het goede over je komen. Ontvang toch het onderricht uit Zijn mond, en leg Zijn woorden in je hart. Als je je bekeert tot de Almachtige, zul je gebouwd worden.’

 

Wanneer ben je het Evangelie ongehoorzaam?

In Lukas 14:16-24 vertelt Jezus ons de gelijkenis van het grote avond­maal. Velen werden daarvoor uitgenodigd. De heer nodigde welgemeend. Hij verlangde ze aan zijn maaltijd.

Toen ze zich verontschuldigden, en niet wilden komen, voelde deze heer zich beledigd en in Zijn eer ge­krenkt. Het bleek dat enkele genodigde gasten hun eigen bezittin­gen, zaken en bezig­heden belangrijker vonden dan het gaan naar het avondmaal van deze heer. Het waren waardeloze verontschuldigingen. Met de akker, de ossen en de vrouw konden ze zich nog het hele jaar bemoeien. Ze wilden zelfs niet een enkele keer deze heer vereren door aan zijn maaltijd aanwezig te zijn. Van de 365 dagen zelfzucht en eigenbelang wilden ze er niet één voor deze heer missen. Zie je de minachting voor deze welgestelde, vriendelijke man? Het is goed te begrijpen dat deze heer toornig werd.

De ernstige zonde van weigering van Gods uitnodiging tot het heil wordt ons nog scherper getekend in Matth.22:1-14. Lees deze verzen maar eens goed! Jezus leert ons hierin dat het Konink­rijk der hemelen gelijk is aan deze gelijkenis.

Het gaat daar over een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had. Na een eerste weige­ring probeerde hij ze zelfs met meer aandrang te overreden om tot de bruiloft te komen. In deze gelijkenis zie je de pure onwil en actieve vijandschap van de uitgenodigde mensen. Zij reageerden er moedwillig niet op.

Dit leert ons dat het heel erg is als je niet reageert op de het Evangelie van koning Jezus. De onwil en vijandschap zullen de weigeraars zwaar worden aangerekend!

Schadelijke gevolgen

Koning Jojakim wilde de HEERE absoluut niet gehoorzamen. Je kunt dit lezen in Jeremia 36. Zijn vijandschap ging zelfs zo ver, dat hij een boekrol waarop Gods Woord en boodschap was geschreven, in stukken sneed en in het vuur van de haard wierp. Wat een goddeloze dwaasheid! Hij kon daardoor de zekere vervulling van Gods Woord niet ongedaan maken. Het oordeel werd toch over Jojakim voltrokken.

Let op het volgende: 

– Als een struisvogel ziet dat er een gevaarlijk dier op hem afkomt, zal deze vogel zich niet kunnen redden door de kop in het zand te steken.

– Het is dwaasheid als iemand, die is verdwaald in een moeilijk begaanbaar moerasgebied, de routebe­schrijving verscheurt.

– Het is erg dom als een patiënt de doktersrecepten vernietigt, omdat hij er geen vertrouwen in heeft. De eigengereide man heeft meer vertrouwen in zijn eigen gekozen middelen. Het gevolg daarvan kan dodelijk zijn!

 

Twee zonen

Lezen: Lukas 15:11-32

De vader van de verloren zoon was heel blij en gelukkig, omdat deze zoon weer was gevonden. Hij was ‘weer levend geworden’ (vers 32). Deze zoon was eerst geestelijk dood door zijn liefde tot de zonde en de wereld.

Toen hij tot zichzelf kwam, werd er liefde tot zijn goede vader geboren. Hij besefte dat hij bij de zwijnen een harde meester had. Hij ging daar tegenover zien dat zijn vader goed was voor zijn huurlingen. Dit was het begin van zijn bekering.

Let erop wat er gebeurt bij bekering:

– Als God je werkelijk laat zien dat Hij goed is, ga je naar Zijn nabijheid verlan­gen.

– Je gaat dan in God geloven en Hem gehoorzamen.

– Doordat je Zijn liefde gaat beseffen, keer je terug tot Hem.

– Je leert dat Hij een liefdevolle Vader is.

– Door Jezus is er dan weer vergeving en herstel.

– Je geeft jezelf onvoorwaardelijk over in Zijn handen.

De jongste zoon was eerst ongehoorzaam, maar kwam later tot inkeer. De oudste zoon dacht dat hij het goed deed, maar bleek, als het erop aankwam, afgunstig, boos en zelfzuchtig te zijn. Hij was uiteindelijk ongehoorzaam aan het liefdegebod van zijn vader.

Bij deze parabel past goed de gelijkenis van de twee zonen ( Matth.21:28-30). Jezus vertelt ons dat ze in de wijngaard moesten werken. De eerste antwoordde: ‘Ik wil niet.’ Later kreeg hij berouw, en ging hij het toch doen. De tweede zei: ‘Ik ga, heer!’ Maar hij ging niet. Het is duidelijk dat de eerste de wil van zijn vader heeft gedaan. Door de opdracht werden ze allebei verantwoordelijk gesteld.

Het horen van de opdrachten van God stelt ons verantwoordelijk!

– We moeten een antwoord geven.

– We moeten beantwoorden aan Zijn doel met ons.

– We moeten verantwoording afleggen van ons doen en laten.

 

De schoonheidskoningin

Erlo Stegen geeft ons in het opzienbarende en aangrijpende boek ‘Opwekking begint bij jezelf’ (op blz.142-143) het ver­haal door van een heel mooi meisje in Amerika, Zij werd tijdens haar studie aan de universiteit tot schoonheidskoningin gekozen. Haar ouders waren bijzonder trots op hun zeldzaam schone dochter.

Tijdens het grote feest, op de dag dat zij tot schoonheidskoningin werd gekozen, plaatsten haar ouders een mooie kroon op haar hoofd. Na het feest keerden de ouders weer naar huis terug. Toen ze daar waren ging de telefoon. Een dokter gaf met verontruste stem de moeder te kennen: ‘Komt u alstublieft vlug, uw dochter ligt op de ‘intensive-care’. Er is een ongeluk gebeurd. Haar toestand is ernstig.’

De ouders gingen zo spoedig mogelijk naar het ziekenhuis. Hun dochter was echter zwaar verwond en haar gezicht was zo ver­vormd en mismaakt, dat ze haar niet meer konden herkennen. Erlo Stegen verhaalt ons verder: ‘Zachtjes ging de moeder bij haar dochter zitten. Het meisje was nog bij kennis en voelde de aanwezigheid van haar moeder.

Ze opende haar ogen en fluis­terde: ‘Mama, de dag van mijn dood is gekomen! Mama, u heeft me geleerd hoe een jong meisje zich moet opmaken, u heeft me voorgedaan hoe je een sigaret opsteekt, hoe je een wijnglas moet vasthouden, hoe je moet toas­ten. Mama, u heeft laten zien hoe ik me moet kleden… maar u heeft me niet geleerd hoe ik moet sterven! En nu sterf ik. Zeg mij, wat moet ik nu doen?’

Maar de moeder zweeg. Ze had een brok in haar keel. Ze weende echter onophoudelijk. Haar dochter drong aan: ‘Mama, vlugger, alstublieft, ik sterf, wat moet ik doen?’ Maar de moeder kon haar geen enkel ant­woord geven. Zo is dit meisje overleden. Ze werd gewogen op de weegschaal en te licht bevonden!’

De Zuid-Afrikaanse opwekkingsprediker Erlo Stegen houdt ons vervolgens voor: ‘Zegt u mij, als u nu zou moeten sterven, hoe zou dit ogenblik u treffen? Hoe ziet uw leven eruit? Zult u te licht worden bevonden? Of heeft u het ware Evangelie begrepen en leeft u een leven dat overeenkomt met de Schrift?’

Heb je het Evangelie al begrepen?

Heb je het in geloofsgehoorzaamheid aanvaard?

 

Ben je gehoorzaam of ongehoorzaam?

Als je onder het Woord van God verkeert, gaat het dus over ‘gehoorzamen of niet gehoorzamen’. Je leest niet vrij­blijvend de Bijbel en bent niet vrijblijvend onder de prediking. Na iedere oproep ben je gehoorzaam of ongehoorzaam. Dat is een grote verantwoordelijkheid!

Als God je iets in Zijn Woord vraagt, bedenk dan: ga ik het doen of niet? Zal ik gehoorzamen of niet? Als de Heere je vraagt: ‘Kom tot Mij! moet je ook werkelijk komen. Je moet dan niet alleen bidden: ‘Heere, wilt U geven dat ik tot U zal komen.’

Als je steeds maar weer in een passieve en lijdelijke (afwachtende) houding bidt om zaken te mogen doen die de Heere jou vraagt om te doen, zal er normaal gesproken niet veel veranderen in je leven.

Als de Heere je vraagt: ‘Bekeer je!’ moet je dit ook doen. Het is niet goed als je slechts reageert met het gebed: ‘Heere, wilt U mij bekeren?’ of: ‘Heere, wilt U geven dat ik mij zal bekeren?’ terwijl je zelf Gods opdracht niet gehoorzaamt. Het ziet er dan naar uit dat er weinig zal veran­deren.

Als iemand op deze lijdelijke wijze doorgaat, zal hij zo goed als zeker verloren gaan – al zijn er ook uitzonderin­gen te noemen.

De zekerste weg om verloren te gaan is

‘niet doen wat de Heere van je vraagt’.

Als je niet behouden wilt worden, moet je ongehoorzaam blijven. De Bijbelverklaarder Matthew Henry heeft eens verklaard: ‘God zal vol genade verschijnen aan hen, die op de weg van de plicht Hem verbeiden.’

Niet alleen bidden om een nieuw hart

Veel behoudende christelijke ouders leren hun kinderen bidden om een nieuw hart. Hoeveel kinderen raken niet teleurgesteld omdat ze steeds maar weer vragen om een nieuw hart, terwijl ze merken dat er niets veranderd in hun leven. Ze blijven steeds maar zondigen. Velen gaan dan denken dat de Heere hen wel geen nieuw hart zal willen geven. Ze bidden wel, maar ze ontvangen niet. Ze denken zelfs hun best te doen, door steeds maar weer om een nieuw hart te bidden.

In een lijde­lijke houding blijven velen op den duur bij de pakken neer zitten. Ze bedenken daarbij dat ze er toch niets aan kunnen doen als God het niet bij hen doet.

Het is waar dat de Heere het hart vernieuwt,

maar Hij vraagt ook om ons hart.

Je moet je hart en je leven ook aan de Heere geven, en dat doe je niet als je niets doet dan alleen maar om een nieuw hart vragen.

De HEERE roept onbekeerde zondaren in Ezech.18:31-32 op: ‘Werp al uw overtredingen, waarmee u overtreden hebt, van u af en maak u een nieuw hart en een nieuwe geest. Waarom zou u sterven, huis van Israël? Ik schep immers geen behagen in de dood van een stervende, spreekt de Heere HEERE, dus bekeer u en leef!’

Hier ligt Gods opdracht voor zondaren. Als je hier geen gehoor aan geeft, dan heeft het geen zin om steeds weer om een nieuw hart te bidden.

Een fataal advies voor drie zoekende studenten

In de vorige eeuw gaf een president van het Princeton College in de V.S. eens een opmerkelijk advies aan drie zoekende studen­ten. De studenten waren innerlijk onrustig geworden over hun geestelij­ke staat. Ze vroegen de president wat ze moesten doen. De leider van het college, waar ook predikanten werden opgeleid, gaf hun de raad om ‘elk slecht gezelschap te mijden, hun Bijbel gestaag te lezen en God te bidden om een nieuw hart’. Hij voegde er aan toe: ‘Doe dat en volhard in je plicht en de Geest Gods zal je bekeren, en in elk ander geval zal Hij je verlaten en je zult terugvallen in je zonden.’

Het schuld­besef nam echter af, ze baden niet langer en verloren hun belangstelling… Het gevolg was dat de drie studen­ten (waar­schijnlijk ook vanwege moede­loos­heid) aan de sterke drank raakten. Door lijdelijke en voor­waar­delijke elementen in de uitleg van de president dachten ze dat de Heere hen vanwege hun vermin­derd schuldbe­sef en zonden niet meer wilde bekeren. Twee van hen dronken zich op den duur dood.

Een goed advies door Charles Finney

De derde werd gered. Hij kwam tot bekering door middel van de bijbelse uitleg van evange­list Charles Finney, die hem zei dat de uitleg van de president onjuist was, en dat hij berouw moest hebben en geloven. De Heilige Geest werkte dit wel, maar hij moest zich ook ‘een nieuw hart maken’.

De Heere vroeg hem nog steeds zaken te doen, die hij zèlf moest doen, namelijk berouw hebben, zich van zijn zonden afwen­den en tot God bekeren. Hij moest direkt gehoorzamen en tot de Heere komen. De Heere liet hem dit begrijpen, zodat hij zich bekeerde.

Kijk in het testament!

Het is zeer onverstandig om een testament ongelezen te weige­ren. Je wilt toch niet dat een grote erfenis aan je voorbij zal gaan? Als het testament ook over jou handelt, zul je er toch zeker wel je aandacht bij kunnen houden.

Er zijn mensen die hun aandacht niet bij het lezen van Gods Woord kunnen houden. De inhoud gaat dan zomaar aan hen voorbij. Het doet ze allemaal niets. Het lijkt wel alsof ze er geen belang bij hebben.

  

Zoek je geluk in het Woord

Het hart van Lydia werd door de Heere geopend, dat zij acht gaf op wat door Paulus gesproken werd (Hand.16:14) Het is haar tot een eeuwige zegen geworden!

Let daarom goed op Gods heilbrengende boodschap tot jou, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Een testament is een wilsbeschik­king. De Heere spreekt Zijn wil uit in Zijn Woord. Daar hebben wij allen mee te maken. In 2 Petr.3:9 lezen we bijvoorbeeld dat de Heere geduld met ons heeft, ‘en niet wil dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot beke­ring komen’.

Hierin spreekt Hij dus Zijn wil over ons uit. Laat dit eens goed tot je doordringen! Het is dus van levensbelang dat je acht geeft op Gods bood­schap in zijn Woord tot jou.

Hierover lezen we in 2 Petr.1:19: ‘En wij hebben het profetisch Woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.’

Als je in Gods Woord leest, laat je een licht schijnen in een duistere plaats. Ben je al iemand die zoekt, klopt en bidt? Lees dan maar eens Mattheüs 7:7-11.

Wanneer ben je welzalig en leef je echt gelukkig?

Je bent welzalig als je oprecht van wandel bent en in de wet van de HEERE gaat. Je verlangt dan hartelijk om Zijn wil te doen. Het komt duidelijk naar voren in Psalm 119. Hieronder kun je de uitvoering van The Psalm Project van deze psalm lezen en beluisteren via de link naar  YouTube:

Gelukkig zijn, die eerlijk van gemoed
en zonder schijn, de wet van God betrachten,
die Hij op ‘t spoor van Godsvrucht wand’len doet.
 
Gelukkig die, bij dagen en bij nachten,
Uw wil gedenkt
en U als ‘t hoogste goed, van harte zoekt,
met ingespannen krachten.
 
Geef leven aan mijn ziel, dan looft mijn mond,
Uw trouwe hulp,
leidt mij in rechte sporen, zoals een schaap,
heb ik gedwaald in ’t rond.
 
Dat onbedacht, Zijn herder heeft verloren,
Heer zoek Uw knecht, ook als ik Uw wet schond,
want ik volhard, om naar Uw wil te horen.
 
Met heel mijn hart, met al mijn kracht,
wil ik, Heer, U zoeken.
Met heel mijn hart, met al mijn kracht,
wil ik, Heer, U zoeken.
 
Gelukkig die bij dagen, bij nachten,
Uw wil gedenkt
en U als ’t hoogste goed, van harte zoekt,
met ingespannen krachten.

Je kunt aanklikken op de volgende link naar dit lied van The Psalm Project:

Gespreksvragen voor in de discussiegroepjes

1. Wat weet je van de boodschap van het Evangelie?

(Je kunt een vragenrondje doen, waarbij je aangeeft wat je weet van de kernboodschap, en wat het Evangelie van Jezus Christus voor jou persoonlijk betekent.)

2. Waarom moet je de woorden van God horen en doen?

(Wat lezen we in de Bijbel over ‘horen, zeggen en doen’? Wat betekent dat voor ons?)

3. Hoe kun je reageren op het aanbod van redding en herstel?

(Betrek hierbij Johannes 3:36 en het woord ‘geloofsgehoorzaamheid’.)

4. Lees samen Mattheüs 7:24-27. Wat valt je op in deze woorden van Jezus?

5. Vergelijk het voorbeeld van de eigenwijze landbouwer met de boodschap van de Bijbel.

6.   Lees eerst samen de gelijkenis in Lukas 14:16-24. (Zie ook Matth. 22:1-14.)

Er werden gasten tot de bruiloft geroepen, die al eerder een uitnodiging hadden ontvangen. Toen alles gereed was gemaakt, was het natuurlijk een grote belediging om alsnog te weigeren. Waarom is dat zo triest?

6a. Waarom wilden de uitgenodigde mensen niet komen?

6b. Wat vind je van hun verontschuldigingen?

6c. Waarom geven veel mensen in onze tijd geen gehoor aan de uitnodigingen van het Evangelie?

7a.   Wat betekent het ‘dat het Woord van God niet vrijblijvend tot je komt’.

7b. Wanneer ga je negatief en passief om met de boodschap van de Bijbel?

7c. Hoe kun je op een positieve wijze omgaan met Gods opdrachten en beloften?

8a. Samen lezen de woorden van Jezus in Lukas 11:9-13. Wat vraagt en belooft God ons in dit tekstgedeelte?

9. Denk samen na over de volgende tekstgedeelten:

Jezus spreekt in Luk. 11:13 de opmerkelijke woorden: ‘Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?’

In Job 22:21-23 leert Elifaz: ‘Gewen je toch aan Hem en heb vrede; daardoor zal het goede over je komen. Ontvang toch het onderricht uit Zijn mond, en leg Zijn woorden in je hart. Als je je bekeert tot de Almachtige, zul je gebouwd worden.’

In Spreuken 1:23 wordt ons verklaard in het Woord van God: ‘Keert u tot Mijn bestraffing (terechtwijzing), zie, Ik zal Mijn Geest over u uitstorten, Mijn woorden u bekendmaken.’

9a. We hebben de kennis van het Woord van God en Zijn Heilige Geest in ons hart nodig om gelovig te kunnen gehoorzamen. Wat is daarom opmerkelijk en bemoedigend in de teksten hierboven?

9b. Wat heb je ervaren van het werk van de Heilige Geest in je? Wat heeft het met je gedaan? Hoe is het nu?

10. Bestudeer maar eens de volgende teksten die gaan over ‘een nieuw hart’:

       Jer.32:39-40, Ezech.11:19-20 en Ezech.18:31. Wat leer je van deze teksten?

11a. Wat denk je van de adviezen voor de zoekende student(en) in de eerdere tekst

 11b. Wat is er dan mis met ‘het alleen bidden om een nieuw hart’?

12a.  Hoe kunnen wij het werk van God verrichten? (Zie hiervoor Johannes 6:28-29.)

12b.  Heb jij je hart aan de God gegeven? Nog niet? Wil je het wel?

 

Sluit de Bijbelstudie af door samen te bidden.

    – Geef daarbij ruimte voor een (vernieuwde) overgave aan God.

    – Verwerp de leugens waaraan je jezelf hebt vastgehouden.

    – Aanvaard de waarheid van het Woord van God.

    – Zie op Jezus voor alles waarin je Hem nodig hebt.

    – Laat de Heilige Geest maar in je werken, zonder Hem te weerstaan.

    – Neem je voor om dankbaar en gehoorzaamheid te leven.

 

Afsluiting samenkomst met een lied en proclamatie

Door de genade van God willen wij onze Verlosser en Heiland volgen. Door Jezus Christus is er geestelijk herstel en volharding in de strijd mogelijk. God is de hoop van ons bestaan. Was je eens ook slaaf, en ben je nu vrij door het geloof in Jezus? Was je geestelijk blind tot God je liet zien: het is genade, onverdiend!

Dan verlangen en zeggen wij ook: ‘Wij volgen U Heer, overal, waarheen U ons ook brengen zal.’ Wij weten: ‘O Jezus, in Uw grote kracht, wordt alles wat U wilt volbracht.’

Het wordt allemaal prachtig verwoord in het lied van Sela: ‘Wij volgen U Heer.’ Je kunt het aanklikken op de volgende link naar YouTube.

YouTube-video Sela | Wij volgen U Heer (CD/DVD Live in Groningen)

Wij willen dit ook proclameren:

WIJ VOLGEN U HEER

De Heer op wie mijn hart vertrouwt,

bent U die zoveel van mij houdt.

Ik ben verwonderd, sprakeloos,

dat U mij kent, dat U mij koos.

 

Uw kostbaar bloed verloste mij;

eens was ik slaaf, nu ben ik vrij.

O, ik was blind tot U liet zien:

het is genade, onverdiend!

Wij volgen U Heer, overal,

waarheen U ons ook brengen zal.

 

Dwars door beproeving, door de strijd,

bouwt U het hemels koninkrijk.

Ons hele leven, hier en nu,

blijft U in ons, en wij in U.

O Jezus in uw grote kracht,

wordt alles wat U wilt, volbracht!

 

Wij gaan op weg met goede moed,

vol van uw Geest die ons behoedt.

De vreugde die nog voor ons ligt,

houdt heel ons hart op U gericht.

 

U bent de hoop van ons bestaan;

U laat ons nooit verloren gaan!

Sterk in uw kracht, met zekerheid,

leidt U ons naar uw koninkrijk.

 

U bent de hoop van ons bestaan;

U laat ons nooit verloren gaan!

Sterk in uw kracht, met zekerheid,

leidt U ons naar uw koninkrijk.

Geloven betekent letterlijk: Laat je dragen!

Geloven betekent letterlijk: Laat je dragen!